Waauw!

Op de dag van hun concert in Club 192 nam the Who een geplaybackte videoclip op voor het programma Waauw! dat gepresenteerd werd door een Theo Stokkink.

Raymond Steenwijk vroeg Theo Stokkink uit hoe het programma toentertijd in elkaar werd gezet:

Theo Stokkink over Waauw!

Het gebeurde een kleine vijftig jaar geleden. Het programma werd op Nederland 2 uitgezonden, toen nog in een experimentele fase. In zwart-wit, kleurentelevisie was er nog niet. Om Nederland 2 te ontvangen was een extra antenne nodig, die op het televisietoestel zelf geplaatst moest worden. Er bestond toen ook nog geen ampex, er waren geen expansiemogelijkheden dan alleen film en de zogenaamde telerecording.

Theo Stokkink

Waauw was zogenaamd ‘de gedanste hitparade’. Vreemd, want Nederland kende die dagen geen hitparade, of het zou die van Veronica moeten zijn, die toen nog als piraat vanuit interterritoriale wateren uitzond. Hilversum 3 kwam pas eind 1965 en was in het begin ook nog experimenteel en zond maar enkele uren per dag uit. De omroepen (KRO, VARA, AVRO, NCRV en VPRO), hadden de extra zender nodig om zendtijd te vinden toen de Tros in het bestel kwam en ze allemaal zendtijd moesten inleveren. Ze dumpten er programma’s waarvoor ze geen ruimte meer hadden op de andere zenders, de ‘thuis’ zenders Hilversum 1 en 2. Programma’s als het Leger des Heils kwartiertje, hoorspelen en het Vara dansorkest belandden op Hilversum 3, presentatoren waren doorgaans van tv of radio bekende journalisten.

Het idee en de formule van gedanste hitparade Waauw kwam duidelijk uit Engeland, de Engelse dansers kwamen elke maand overvliegen, het programma werd in Londen ingestudeerd onder leiding van choreograaf Douglas Squires. De Nederlandse regie (Tineke Roeffen) vloog elke maand over naar Londen om de repetities te zien. Soms deed ik dat ook om te weten wat voor muziek er in het programma stond, want deze was vaak nog niet eens in Nederland op de platenmarkt. Dus van een hit was in veel gevallen zeker nog geen sprake.

De danseressen van Waauw!

De omstandigheden waaronder ik dit programma in Studio Bellevue in Amsterdam moest presenteren waren erg primitief, ik had ook nauwelijks of geen informatie. Eigenlijk was mijn taak alleen maar om de tijd op te vullen tijdens de changementen, de decorwisselingen, de verkleedpartijen en het verhangen van lampen – vaak pal boven mijn hoofd-. De floormanager zwaaide me af als dat alles klaar was. Dan moest ik abrupt mijn mond houden en startte de muziek. The Who en ook alle andere artiesten die in het programma optraden (een groep of solist per programma) hadden eigenlijk ook niet meer dan zo’n functie, het  vullen van de tijd tussen twee dansnummers. Ook tijdens hun ‘spel’ werd er druk gechangeerd en verkleed, zodat alles klaarstond voor de volgende dansscène. Voor iets anders dan playback was zeker geen plaats. In die tijd deed ik ook een radioprogramma met live muziek van bands. Eveneens direct uitgezonden. Daaraan gingen lange microfoonrepetities vooraf en daarvoor was in een televisieprogramma als Waauw geen ruimte. Het programma werd vierwekelijks uitgezonden. Zonder publiek. Dus zou live spelen in de meeste gevallen ook een weinig geïnspireerde voorstelling zijn geworden. In het geval van Waauw werd er natuurlijk wel een camerarepetitie gehouden, een doorloop van het programma gedaan, een generale repetitie en tenslotte was er de live uitzending. Alles playback, alleen de presentator kreeg tussen deze nummers door een microfoon in handen. Dat de geluiden van het changeren en het verhangen en soms ook vallen van lampen ook te horen waren, mocht de presentator niet deren.