Endless Wire

Vanaf 2002 leek het definitief gedaan te zijn met The Who. Op de avond voor de start van een Amerikaanse tour werd bassist John Entwistle in 2002 dood in zijn hotelkamer gevonden. Het dilemma van doorgaan of niet werd snel beslist aangezien vele kaartjes al waren verkocht. Om het gapende gat dat John achterliet op te vullen deden de overgebleven leden een beroep op Pino Palladino, een studiomuzikant die met vele grote namen (Jools Holland, Paul Young, Genesis, Eric Clapton, Jeff Beck, David Gilmour, Richard Ashcroft, D’Angelo, Joe Walsh, Don Henley, Roger Daltrey, Hank Marvin, Simon & Garfunkel, Erykah Badu) had samengewerkt.

Pete Townshend

tijdens het concert in Ahoy’ 2007

Toen John Entwistle in Las Vegas in 2002 stierf stond Pino [Palladino] net op het punt om Amerika te verlaten en ik weet niet of we verder zouden kunnen gaan als hij niet beschikbaar was.

Het jaar daarop kreeg Pete Townshend een enorme slag te verduren toen Pete’s creditcardgegevens opdoken in ‘Operation Ore’, een grootschalige actie van de Britse politie waarin onder meer mensen die online kinderporno hadden gedownload werden vervolgd. Om toegang tot een website met kinderporno te krijgen had hij zijn creditcardgegevens opgegeven. Pete, die rond die tijd aan een essay werkte waarin hij kinderporno verafschuwde (‘A Different Bomb’), gaf als verklaring dat hij zijn gegevens alleen maar had ingevoerd als research om aan te tonen dat men met gemak en zonder problemen zich op zo’n site kon inschrijven. Gelukkig bleek uit onderzoek van Scotland Yard, die al zijn computers door hadden gespit, dat Pete de waarheid sprak en dat hij geen enkele afbeelding had gedownload. Hij kwam er met een waarschuwing vanaf, maar stond, ondanks zijn onschuld, wel vijf jaar vermeld in een register zedendelinquenten. Men kan raden wat voor een impact dit allemaal op Pete gehad heeft. Desalniettemin wist hij de draad weer op te pakken, en durfde hij zich weer op het podium te begeven.

Foto: Joep Vullings

The Who pikte de draad weer op en er verscheen zelfs een nieuwe single (‘Real Good Looking Boy’).

Het nummer was onderdeel van een groter geheel waaraan Pete werkte en leidde uiteindelijk naar ‘Wire & Glass’ een mini-opera van 6 songs die op CD werd uitgebracht, maar ook in zijn geheel op het album ‘Endless Wire’ werd geplaatst. De mini-opera werd eerst driemaal op het podium ten gehore gebracht en de eerste keer dat dit gebeurde was bij een concert in ‘The Refectory’ in Leeds waar ze in 1970 ‘Live at Leeds’ hadden opgenomen. Leeds was de start van een lange Europese tour waarbij veel festivals werden aangedaan. Direct daarop vertrokken ze naar Amerika voor een even zo lange tour, om vervolgens weer in Europa terug te keren om 30 data af te werken. Op 5 juni 2007 speelden ze in de Ahoy’ met in het voorprogramma de ijzersterke act The Cult die een prima opwarmertje bleek te zijn. 

Fanny Bartels

On Stage 14 juni 2007

Ahoy` zat tot de nok toe gevuld met ware rockfans. Het was een menigte van voornamelijk vijftigplussers die de goeie ouwe tijd voor één avond wilden (her)beleven. Het bier vloeide rijkelijk en de zaal zinderde al voordat de band het podium betrad.

Er werd geopend met het vertrouwde ‘I Can’t Explain’ waarin het meteen al duidelijk was dat Pete weer zijn oude rol als leadgitarist had hervat. Molenwiekend en agressief pakte hij de stier bij de hoorns. Direct daarop speelden ze ‘The Seeker’, een parel van een song die al een geruime tijd meeging, maar nooit eerder door The Who op Nederlands grondgebied werd gespeeld. Tijdens ‘Substitute’ spuugde Pete eens lekker van zich af en begon nog energieker te molenwieken.
Bij het volgende nummer kreeg hij even tijd om te bekoelen. “Dit is een nieuw liedje!”, schreeuwde hij terwijl de synthesizer intro van ‘Fragments’ klonk.

Xander van Aart

van KindaMuzik

… grote hits als ‘Won’t Get Fooled Again’, ‘Substitute’ en ‘Behind Blue Eyes’ worden in rap tempo afgewisseld met nummers van de nieuwe plaat en die nummers klinken ook helemaal Who.

Het was een genot om te zien hoe de band zelf zichtbaar genoot van het eigen optreden. Pete liet er geen twijfel over bestaan dat hij blij was dat er zoveel mensen de moeite hadden genomen om een kaartje te bemachtigen.

Pete met toetsenist John (Rabbit) Bundrick

De band werd ondersteund door enorme videoschermen waarop prachtige graphics, foto’s en filmpjes te zien waren.

Algemeen Dagblad

6 juni 2007

Met drummer Zak Starkey (de zoon van Ringo Starr) en de evenzeer gerenommeerde Pino Palladino op de bas speelde de formatie strak, gedreven en bij vlagen ouderwets explosief.

Net als Zak Starkey en Simon Townshend had Pino Palladino zich inmiddels gevestigd als volwaardig Who-lid. Zijn basspel mocht dan veel verschillen met dat van John, maar storend was het niet. Hij speelde bijna onzichtbaar in de schaduw en in het donker gekleed.

Nadat Roger Daltrey zijn akoestische gitaar om zijn nek had gehangen begon het bombastische ‘Who Are You’. Ook hij was goedgeluimd:

Roger

I’s always great here.
it’s a great rock and roll venue!

Nog steeds met een gitaar om zijn nek kondigde hij ‘Real Good Looking Boy’ aan, een nummer waarin hij qua zang het meest uitblonk. Aan zijn stem waren gedurende het gehele concert een paar rafelige randjes hoorbaar, maar die vielen in het niet bij zijn krachtige zangpartijen die steeds weer de juiste noot wisten te raken.

Algemeen Dagblad

6 juni 2007

De explosieve rocknummers toonden The Who op z’n best: Daltrey slingerend met zijn draadmicrofoon en Townshend molenwiekend op zijn gitaar. De mist in Daltrey’s keel was goeddeels opgetrokken. Zijn stem klonk af en toe nog schor, maar vaker prettig rauw en doorleefd. Alleen het eerste couplet van ‘Behind Blue Eyes’ was haperend. Townshend etaleerde uitgebreid zijn virtuositeit als gitarist.

Een waanzinnige versie van My Generation in Ahoy 2007

Na ‘Baba O’Riley’ en ‘Eminence Front’, kreeg Pete een solo-momentje met ‘Drowned’. Roger deed weer mee met het nummer ‘Man In A Purple Dress’, een song over de ijdelheid van de mannen, zoals de paus, die behoefte hebben om in een belachelijke outfit een vonnis te vellen over een van hun collega’s.

De hele band keerde hierna weer terug op het podium om ‘Won’t Get Fooled Again’ te spelen.

Als toegift werd na ‘The Kids Are Alright’, een blokje ‘Tommy’ weggegeven met een onstuimige versie van ‘Sparks’, waar Roger traditiegetrouw twee tamboerijnen naar de filistijnen hielp.

The Who sloot af met het gevoelige ‘Tea and Theatre’ een gevoelige noot aan het einde van een weergaloos concert dat het verhitte publiek niet alleen afkoelde, maar bij menigeen ook een brok in de keel deed verschijnen. Vooral omdat de song betrekking heeft op de twee overgebleven Who-leden.