Tommy keert terug

Na een succesvolle tour door Amerika en concerten in diverse Europese operahuizen als het Theatre des Champs Elysées en de operahuizen van Keulen, Hamburg en West-Berlijn, was, op vrijdag 29 januari 1970 het Concertgebouw weer aan de beurt. De kaartverkoop, die slechts een paar dagen daarvoor begon, verliep wederom zeer snel zodat binnen twee uur alle 2000 kaarten waren uitverkocht.

De opzet van de show was op enkele nummers na hetzelfde als die van vier maanden daarvoor. Pete Townshend liet het publiek weten dat hij zich hiervan bewust was en dat de groep van plan was om de opzet te vernieuwen. De enige vernieuwing van de setlist van deze avond was het weglaten van de ‘Cousin Kevin’ en ‘Sensation’ en de toevoeging van het door Mose Allison geschreven ‘Young Man Blues’.

Eerst werd om middernacht (de nacht van 29 op 30 januari) begonnen met de oude hits (‘I Can’t Explain’, ‘Tattoo’, ‘Happy Jack’,  ‘A Quick One’, etc.), daarna volgde ‘Tommy’ en als afsluiter werden ‘Summertime Blues’, ‘Shakin’ All Over’ en ‘My Generation’ gespeeld’.

Uit de recensies van het concert wordt al snel duidelijk, dat de sleur er bij het opvoeren van de rockopera er nog niet in zat.

Frits Boer

Het Parool, 31 januari 1970

Evenals in september was het Amsterdamse Concertgebouw overvol.


Ook The Who bleef consequent, want de opbouw van het programma week in geen detail af van die van vorig jaar.

Als reactie op de al te ingestudeerde “acts” van de popmuziek uit de vijftiger jaren, is het tegenwoordig uitzonderling wanneer een groep een tot in de finesses gepland en gerepeteerd concert geeft. Dat zo’n grondige voorbereiding echter niet noodzakelijkerwijs tot gladde “plastic: muziek hoeft te leiden bewees The Who gisternacht.

Foto: Nico Gabel

Niet alleen de show was grotendeels hetzelfde, maar ook het publiek, aangezien in de krant te lezen was dat de meeste mensen de vorige Tommy-show ook hadden meegemaakt.

Het dagblad Trouw meldde dat er in vergelijking met de voorgaande show, duidelijk sprake was van een verbetering:

Trouw

1 februari 1970

Niet dat we vorig jaar niet genoten zouden hebben.
Dat kwalificeerde ‘Tommy’ toen na enige weken als zijnde ‘een feest voor het oor’. Maar wat er zich vrijdagnacht afspeelde wordt door deze opmerking niet meer of slechts ten dele gedekt. In de vier maanden dat zij ‘Tommy’ live ten gehore brengen hebben de jongens van The Who een dusdanige mate van perfectie bereikt en zijn ze zo ontzettend goed op elkaar ingespeeld geraakt dat er moeilijk een afdoende beschrijving voor ze te vinden is.

Zoals Keith Moon zijn drumstel bewerkte, bassist John Entwistle het werk van talloze, beslist niet onbekwame collega’s deed verbleken en daarna schitterende bijvocalen leverde bij de monumentale solozang van Roger Daltrey, zoals Pete Townshend nu eens met zijn karakteristieke maaiende armbewegingen, en dan weer prachtig subtiel pingelend zijn grandioze gitaarkunde etaleerde; het was weergaloos en werd  gebracht in een nooit haperende samenwerking:

Het adembenemende allesoverdonderende absolute einde. Onovertroffen.

Het witte laken met de vloeistofprojecties was vervangen door een subtiele lichtshow en het geluid was verbeterd door het aantal luidsprekers (naar 37 stuks) uit te breiden. Verder was de echo die bij de première te horen was en volgens Tom Flesseman (redacteur van het Algemeen Handelsblad) van de achterste wand kwam en de muziek af en toe in een amorfe brei veranderde, verdwenen.

Pete Townshend in volle vlucht (foto: Henk Hulstkamp)

The Who kwam losser en nonchalanter over en er werd meer contact met het publiek gezocht.

Tom Flesseman

Algemeen Handelsblad 31 jan 1970

Tommy was inmiddels Thomas geworden en Townshend gaf toe dat het vorige keer in de nerveuze atmosfeer Tommy-on-ice was geworden.
Vannacht speelde Townshend nonchalanter  –  soms slordig en een enkele keer echt vals – maar ook was hij doorlopend speelser in de weer met humoristische akkoordjes en plagerige vertragingsacties in de richting van Moon (vooral bij ‘Substitute’ liet hij de boel fraai inzakken).
Keith Moon (vorige keer bij zijn opkomst van het podium gevallen) was nu constant in de weer met clowneske grappen: tientallen drumsticks wegslingerend naar bewonderaarsters, minuten achtereen in de lucht drummend zonder een vel te raken.”

Ben Bunders prees in Het Vrije Volk de bas- en zangpartijen van John:

Ben Bunders

Het Vrije Volk

Entwhiste[sic] houdt de ondergrond van elk stuk in beweging en zingt – vooral de falsetto-gedeelten – geweldig.

Hoewel alle kranten The Who de hemel in prezen, was in één krantenbericht toch nog een minpuntje te vinden. De geluidsinstallatie was dan verbeterd met zijn 37 speakers, maar The Who speelde ook met een veel groter volume.

Frits Boer

Het Parool, 31 januari 1970

Vandaar dat je na afloop van het concert bezoekers elkaar kon horen vragen of ze ook zo’n last van een vreemd gesuis in de oren hadden.
Maar een beetje popliefhebber heeft het er voor over.

John Entwistle geeft Keith Moon het woord (foto: Henk Hulstkamp)