Quadrophenia & more

Hoewel The Who zijn bekendheid voor een groot gedeelte aan ‘Tommy’ te danken heeft, mag wel geconcludeerd worden dat ‘Quadrophenia’ het Magnum Opus van Pete Townshend is. 
In 2011 werd dit feit bezegeld met een prachtige verzamelbox ‘Quadrophenia, The Director’s Cut’ waarin Pete al zijn aantekeningen, demo’s, hersenspinsels en ander archiefmateriaal in een prachtige box samenvatte. Het jaar daarop zond de BBC een documentaire over de rockopera uit en, alsof het allemaal nog niet genoeg was, begon The Who aan een Amerikaanse tour die aan ‘Quadrophenia’ was gewijd.

In juni begon The Who aan een Europese tour waarbij ze op 5 juli in de Ziggo Dome in Amsterdam stonden. De line-up van de band was inmiddels uitgebreid naar 10 man.

Chris Dekker

Lust for life, 6 juli 2013

Pete Townshend en Roger Daltrey hebben acht muzikanten meegenomen, waaronder maar liefst drie toetsenisten, twee blazers en natuurlijk meesterbassist Pino Palladino. Pete’s broer Simon speelt zoals altijd gitaar en dit keer heeft hij een prominentere rol met een plek voorop het podium en de leadvocalen van The Dirty Jobs.

John (Rabbit) Bundrick beroerde, na het benefiet concert “Concert For Killing Cancer” in 2011 de toetsen niet meer. De werkelijke reden hiervoor is nooit boven water gekomen, maar er gaan veel geruchten rond waarbij zijn excessieve drankgebruik een grote rol speelt.

Pete

Rolling Stone, 7 mei 2015

Het was een probleem tussen Roger en Rabbit.
Ik denk dat ze niet echt met elkaar konden opschieten en ze hadden een grote aanvaring met elkaar. Het zou denk ik eerlijk zijn om te zeggen dat Rabbit er niet goed mee omging en ik denk niet dat daar veel verandering in komt. Ik ben er absoluut zeker van dat Rabbit en ik weer zullen samenwerken, als hij zichzelf niet eerst vermoordt.

John Cory, Loren Gold en Frank Simes namen de plek van Rabbit in.
Frank Simes was de muzikale duizendpoot die Roger Daltrey ook op gitaar bijstond tijdens zijn ‘Roger Daltrey Performs Tommy’ tour en had het nu tot “Musical director” van The Who geschopt.

Zak Starkey die al sinds 1996 de vaste drummer was kampte met een blessure aan een pees in zijn arm die hij tijdens de Amerikaanse tour had opgelopen en moest rusten om het te laten genezen. Hij werd vervangen door een reddende engel Scott Devours die eerder met Roger had getourd en nu in een razend tempo de drumpartijen van Quadrophenia zich eigen moest maken.

Scott Devours

The Hi-lo, 12 juli 2013

Het was echt een ongelooflijk zware opgave, de moeilijkste ervaring van mijn leven, omdat we met Rog nooit iets met  Quadrophenia hebben gedaan. We concentreerden ons honderd procent op Tommy. We hebben ‘The Real Me’, een nummer uit Quadrophenia een paar keer gespeeld, maar er zijn vijftien andere die live mega lang en vreemd zijn.

In het voorprogramma  stond Vintage Trouble, een soulband met een geluid en uiterlijk dat zeker niet had misstaan in de film Quadrophenia en de juiste keuze als opwarmer voor deze versie van Quadrophenia.

De opzet waar Roger, net als in 1997, grotendeels de regie in handen had was min of meer gelijk aan die van 1997. Er waren nu 4 videoschermen. Een groot scherm op de achtergrond en drie ronde exemplaren die daar boven hingen als koplampen van een pronkscooter van een mod uit de jaren zestig.
Het videomateriaal dat op de schermen werd vertoond was nieuw en de monologen van Jimmy, die in 1997 werden vertoond, waren verdwenen. Verder profileerde Pete zich veel meer dan in de 1997 versie.

Oor

7 juli 2013

Nog zo’n wezenlijk verschil met Ahoy ‘97: Townshend heeft z’n elektrische gitaar voortdurend om z’n nek en molenwiekt er als een bezetene op los. Z’n zang klinkt wat geknepen en geforceerd, z’n aanwezigheid duldt echter geen enkele tegenspraak – en dat hebben de fans pal voor z’n neus geweten.

Tijdens 5:15 werd en video van John Entwistle naadloos ingelast waarin het publiek hem postuum zijn beruchte vingervlugge solo zag spelen. Waardoor John toch nog een ontroerend deel van het concert uitmaakte. 

Waarschijnlijk zag Pete tijdens dat fragment de strubbelingen die tussen het publiek en de beveiliging waren ontstaan. Het hele concert was seated, dus er waren geen staanplaatsen. Zodra The Who begon te spelen gingen de mensen in de voorste regionen staan, een goede gewoonte bij Who-concerten, maar er waren enkelen die wilden blijven zitten en bij de beveiliging klaagden dat hun uitzicht werd belemmerd.

Oor

06 juli 2013

De security komt zich erin mengen en probeert vanaf de gangpaden zoveel mogelijk mensen weer op het zitvlak te krijgen. Dat lukt: ook het tweede blok in het midden zakt. Van links naar rechts hebben we nu staan-zitten-staan. En net als we een groot deel van de vloer toch naar de stoel zien neigen, knalt Townshend The Punk And The Godfather er in en komt de hele bups weer in de benen, springend, armen in de lucht. En we beginnen weer van voor af aan.

Zo blijft het zitten-staan spelletje de hele avond doorgaan, tot frustratie van de Grote Baas zelf. In het opzwepende 5:15, met de bassolo van Entwistle op de grote schermen, stijgt de temperatuur onder de staanders naar een kookpunt. Maar uitgerekend onder Townshend’s neus is weer een blokje keurige mensen gaan zitten. ‘Stand the fuck up!’ gebaart hij, met dezelfde grote armgebaren waarmee hij doorgaans zijn snaren molenwiekt.
Bij Drowned is de maat opnieuw vol. ‘What the fuck is going on here, this is a fucking concert, and you’re fucking sitting!’

Door Pete zijn woorden was het hek van de dam was en kon het publiek onverstoord staand van The Who genieten. Om zijn punt kracht bij te zetten bracht The Who 5:15 tot een krachtig einde.

Bij Bell-boy zag en hoorde het publiek op een videoscherm Keith Moon zijn stukje “zangkunst” ten gehore brengen. Net als John werd ook hij met een luid applaus ontvangen.

muziek.nl

7 juli 2013

De geweldige songs van Quadrophenia vragen echter om een gedegen en gedisciplineerde uitvoering en juist dat klopte vrijdagavond allemaal. Vanaf de opener I Am The Sea was het raak en verzeilde het publiek in een rollercoaster van nostalgie. Quadrophenia anno 2013 is niet zozeer een rockmusical, maar meer een verzameling songs die het verhaal van Jimmy vertellen.

De beelden die Daltrey bij elke song heeft gebruikt, slaan de spijker op de kop. De wereldgeschiedenis komt voorbij, maar ook de rijke historie van The Who krijgt veel aandacht. Vooral de gevallen leden Keith Moon en bassist John Entwistle worden tijdens de rit danig in het zonnetje gezet. Maar nooit stapt The Who over het randje en blijft het smaakvol.

Na ‘Quadrophenia’ werd het “and more” gedeelte gespeeld en kwamen er een aantal Who-klassiekers voorbij :
Who Are You, You Better You Bet, Pinball Wizard, Baba O’ Riley, Won’t Get Fooled Again en Tea & Theatre. Het laatste nummer, net als in Ahoy 2007, met alleen Roger en Pete op akoestische gitaar.

Oor

7 juli 2013

Pardon? Inderdaad, het sluitstuk van laatste Who-album Endless Wire uit 2006 markeert ook het eind van deze avond classic Who. Ze doen het al de hele tour zo, al geeft Daltrey ons nog lacherig mee dat ‘we must be mad singing a song like this at the end of a show like that’. Mad, indeed. Daarvoor hadden we, zeg, My Generation of Substitute of See Me Feel Me toch liever als klapstuk gehoord.

Pete Townshend liet het publiek weten dat ze van plan waren om een DVD van het concert uit te geven. Uiteindelijk is die DVD nooit uitgebracht. Het eerstvolgende concert, dat ze in het Wembley stadion te Londen gaven, staat wel op DVD/Blu-ray en is een prachtige registratie van deze versie van Quadrophenia.