Premiere Tommy

In het jaar 1969 brak The Who definitief door. De rockopera, waar Pete Townshend lang aan had gewerkt kwam eindelijk uit en de live optredens, waar ‘Tommy’ de belangrijkste plaats zou innemen waren ongeëvenaard.
Pete droeg een witte overall dat hem duidelijk zichtbaar maakte op het podium en hem alle bewegingsvrijheid gaf die hij nodig had voor zijn metershoge sprongen en zijn maaiende bewegingen. In zijn gitaarspel ontstonden stevige jampartijen waarbij hij Keith Moon uitdaagde tot verpletterende drumsalvo’s die door de bulderende baspartijen van John Entwistle werden gecomplementeerd. De langharige Roger Daltrey, een van de weinigen die zich in het midden van al dat geweld hoorbaar kon laten maken, droeg kleding met franjes die zijn bewegingen benadrukten en hem een bijna messiaanse status gaven.

Zaterdag 27 september 1969 verscheen er een artikel in de Volkskrant waarin popminnend Nederland werd gewaarschuwd voor een ware muzikantenzondvloed die ons land zou overspoelen. Het artikel noemde namen als Led Zeppelin, Deep Purple, Spooky Touth, Free, Cloud, Jethro Tull, Joe Cocker en Ten Years After. Deze zondvloed zou direct met het hoogtepunt beginnen, namelijk de wereldpremière van ‘Tommy’ in het Amsterdamse Concertgebouw.

John omringd door toeschouwers (foto: Henk Hulstkamp)

Van een wereldpremière was absoluut geen sprake. De werkelijke première vond 2 mei plaats voor de pers in Ronnie Scott’s Jazz Club. Daarna volgenden nog vele malen waaronder Woodstock en het Isle of Wight Festival van 1969. Drie jaar later zou John zeggen dat de première, waar zo dikwijls over gesproken werd, een door Lambert opgelegde term was.

John

Dat was helemaal geen idee van ons. Wij waren er tegen. Niet tegen Amsterdam, maar tegen het begrip première. Dat stond ons tegen. Kit Lambert heeft ons -zoals gewoonlijk weer eens overtuigd van een officiële première. En toen die achter de rug was waren we het weer helemaal met hem eens.”

The Who was van plan om een tour langs alle beroemde Europese operagebouwen te maken. Het idee hiervoor kwam van Lambert die direct na het uitkomen van ‘Tommy’ dergelijke plannen had. Zo wilde hij onder het motto ‘Rock Breaks The Iron Curtain’ twee opeenvolgende concerten organiseren in een operahuis in Moskou en het New Yorkse Metropolian Operahouse. In Rusland kreeg hij echter alleen toestemming om in Leningrad te spelen en Rudolph Bing, de toenmalige beheerder van The Metropolian, voelde er rond die tijd nog niets voor om een rockopera zijn theater binnen te  halen. Het première-gevoel werd versterkt door het feit dat het de eerste show was waarbij de lichtshow, die uit vloeistofprojecties illustrerende dia’s en lichteffecten bestond, gebruikt werden.

Toen Pete gevraagd werd waarom hij juist Amsterdam voor de première van ‘Tommy’ koos antwoordde hij:

Pete

Van Amsterdam ben ik zeker. Ik heb een binding met de stad en het publiek. De uitvoering in het concertgebouw is een test voor de rest van het continent waar ‘Tommy’ vanaf april ‘70 gaat draaien. We zijn van plan een tournee langs alle operahuizen van Europa te maken, maar we willen eerst in Amsterdam ervaren of het niet te pretentieus is. De kans bestaat dat men vindt dat wij ons op een gebied begeven waar wij niets te zoeken hebben.

Een vloeistof projectie maakte deel uit van de show (Foto: Henk Hultkamp)

Het optreden in het Concertgebouw zou dus een test zijn waarbij gekeken werd of het de moeite waard was om ‘Tommy’ in dergelijke gebouwen uit te voeren. Tommy’s première werd georganiseerd door Paul Acket, een impresario uit Den Haag die tevens hoofdredacteur van de muziekbladen Popfoto en Muziek Expres was. Acket, die in 1941 begonnen was met het organiseren van Jazzavonden, groeide als zodanig uit tot organisator van concerten van onder andere De Dutch Swing College Band, Gillespie en Nina Simone. Daarnaast begon hij ook met het organiseren van Rock’n Roll concerten en wist hij acts als The Stones, The Beach Boys en Cliff Richard voor een optreden te strikken.
Bij de opkomst van The Who bij de première van Tommy kreeg het hart van Acket het zwaar te verduren:

Paul Acket

ik zag drummer Keith Moon als een vallende ster de trap afrennen en ik dacht: Paul, dat gaat fout, daar gaat ‘Tommy’. En jawel, Keith struikelde over zijn eigen lange benen – het was géén act – en nam in zijn val richting de fotografen een versterker mee. Ik sloot langzaam mijn ogen en mijn bloed kroop plotseling achteruit. Zou dit dan eindelijk de ramp zijn waarop ik al zo vreselijk lang wacht?”

Keith Moon bebloed na zijn val van het podium (Foto: Henk Hulstkamp)

Karel van de Graaf die de radio-opname van het concert produceerde en regisseerde herinnert het zich ook nog goed.

Karel van de Graaf

Uit het boek The Who in Nederland

Keith Moon was zo onder de indruk van de verdovende drugs dat hij het eind van die immense trap die naar het podium afdaalt niet bemerkt en met grote snelheid het podium overschoot en in de zaal belandde. Hij nam daarmee twee van de VOX boxen mee en eindigde met een ruime snee in zijn wenkbrauw die bloedde als een rund.

Samen met kit Lambert (Manager) heb ik een pleister staan plakken om de ergste spetters op te vangen. Een veilig baantje was het niet, want hij begreep absoluut niet waar wij mee bezig waren en sloeg – onder het drummen – met kracht van zich af.

Roger voor het laken waarop vloeistofprojecties plaatsvonden (foto: Nico Gabel)

Om 21:00 uur betrad The Who het podium voor een publiek met zeer hoge verwachtingen. De uitverkochte zaal was overvol en veel mensen moesten in de gangpaden staan omdat er niet genoeg stoelen waren. De krachtige beginakkoorden van ‘Heaven & HeIl’ knalden door de ruimte en het meest opwindende concert van ‘69 was begonnen.

Na hun krachtige opening volgden oude nummers als ‘I Can’t Explain’, ‘Fortune Teller’, ‘Tattoo’, ‘Young Man Blues’, ‘Substitute’, ‘Happy Jack’, ‘I’m A Boy’ en de mini-opera ‘A Quick One’. Deze songs brachten zowel The Who als hun publiek in de sfeer voor ‘Tommy’, de rockopera waar de hele zaal met smart op zat te wachten.

‘Tommy’ werd bijna in zijn geheel werd gespeeld. Alleen ‘Cousin Kevin’, ‘The Underture’ en ‘Welcome’ werden weggelaten. ‘The Underture’ omdat het te veel zou vervelen en ‘Cousin Kevin’ omdat het te moeilijk was om het fatsoenlijk live ten gehore te brengen. ‘Welcome’ werd waarschijnlijk om beide redenen weggelaten.

Wie verwachtte dat het stuk in dezelfde beheerste en soepele stijl gespeeld zou worden als op het album te horen was kwam bedrogen uit. De ruwe rock-versie vanaf het podium greep recht naar het hart en was minder gepolijst. De kleine misverstanden die af en toe opdoken zoals een haperende microfoon en een klein probleem met de microfoon werden nauwelijks opgemerkt zodra Pete zijn door de ziel snijdende gitaarspel liet horen. Zijn prestaties werden door Rogers zangpartijen geëvenaard, waarbij het gevoelige ‘See Me, Feel Me’ een hoogtepunt vormde.

Ben Bunders, verslaggever van het Vrije Volk, dacht daar hetzelfde over:

Ben Bunders

Het Vrije Volk”

De keiharde basnoten tastten naar het middenrif. Daltrey en Townshend zongen vooral in ‘Tommy Can You Hear Me’ een duet, waarbij de rillingen over je rug liepen: zo echt, zo intens als je maar zelden hoort. Trouwens, deze live-uitvoering van ‘Tommy’ greep mij veel meer aan dan de plaat, veel van de meedogenloze overgave van de Who is in de koude opnamestudio achtergebleven.

Het warrige haar van geluidsman Bob Pridden op de voorgrond (foto: Nico Gabel)

Frits Boer, verslaggever van het Parool, merkte op dat John ondanks het door Bunders opgemerkte grote volume waarmee hij speelde, niet helemaal zeker overkwam:

Frits Boer

Het Parool

Op de basgitaar was Entwistle vaak nog te gespannen bezig met het volgen van Townshend om tot opvallende prestaties te komen, maar Keith Moon zat als altijd heerlijk fel te drummen. Zijn veelvuldig in de lucht gooien van trommelstokken moet evenals het gespring en gemanipuleer met de gitaar van Townshend, niet als show worden opgevat – het gaat hier om een uitlaatklep voor het surplus aan energie dat hij niet meer kwijt kan

Ademloos liet het publiek zich meevoeren met het muzikale relaas van ‘Tommy’ en na een hartstochtelijk ‘Listening To You’ moet iedereen ervan overtuigd geweest zijn dat ze iets bijzonders hadden meegemaakt. Tevreden met hun niet geringe prestatie zette The Who opgelucht ‘Summertime Blues’ in, gevolgd door ‘Shakin’ All Over’ dat overliep in ‘Spoonful’, een cover van Howling Wolf. Als toegift werd ‘My Generation’ gespeeld waarin aan het einde nog enkele passages van ‘Tommy’ gespeeld werden.

Onderonsje tussen Pete en Keit (Foto: Henk Hulstkamp)

‘Tommy’ was geworden wat iedereen had verwacht, namelijk een groot live spektakel.
De show van tweeënhalf uur lang, die in zijn geheel op de Nederlandse radio werd uitgezonden, was ingeslagen als een bom.

Aan het eind van hun show nam de groep in de Spiegelzaal hun Edison, die door de platenindustrie aan ‘Tommy’ toegekend was, in ontvangst. Dit gebeurde vóór de officiële uitreiking omdat de groep het te druk had om te verschijnen.

Na het concert dook een deel van het publiek nog even de kroeg in.

Arie Hiddema

Uit een ongepubliceerd artikel van journalist Maurits Bremmer

“Toen gingen we naar het Okshoofd, de enige tent die na 02:00 uur open was. Daar kwamen we John Entwistle tegen met een grote zwarte meid. Moon stond te pingpongen, hij sloeg alle balletjes terug.”

Hierna vertrok men weer naar Amerika waar ze in het operahuis van New York, The Metropolian, ‘Tommy’ opnieuw opvoerden. The Who verklaarde daarbij dat het de laatste keer zou zijn dat ‘Tommy’ in zijn geheel door hen gespeeld zou worden. De groep was het stuk, na het een jaar geheel of gedeeltelijk gespeeld te hebben, beu geworden. Maar al gauw zou blijken dat de groep minder snel van ‘Tommy’ zou loskomen dan men gedacht had.