Premiere Quadrophenia

Na hun reünie in 1989 met hun ‘The Kids Are Alright Tour’ leek het erop dat dat toch echt de laatste tour zou zijn. Pete Townshend had er geen zin meer in en schreef in zijn autobiografie dat hij alleen maar met deze tour had ingestemd om John Entwistle uit zijn financiële moeilijkheden te helpen die hij had rond die tijd. Het vuur van The Who leek gedoofd en smeulde nog wat na met de uitgaven van gemasterede re-releases, een cd-box met een overzicht van hun werk.

Totdat begin 1996 het bericht verscheen dat Pete Townshend zijn rockopera ‘Quadrophenia’ live ten gehore zou brengen op een grootschalig evenement dat ten bate van The Prince’s Trust werd gehouden. Wat dit gebeuren nog meer bijzonder maakte was dat de rest van The Who ook meespeelde. De band stond niet als zodanig op de posters, maar bleek later de uit de as herrezen feniks die met trots de naam The Who weer mocht dragen.

Pete

Uit zijn autobiografie

Oh jee. Het maakte niet uit hoe je het noemde maar dit was weer The Who.

Roger met Pete die het meerendeel op akoestische gitaar speelde (foto: Henk Hulstkamp)

Met Zak Starkey achter de drums en Pete zijn broer Simon op gitaar begonnen ze aan een Amerikaanse tour waarin ‘Quadrophenia’ als multimediaspektakel voor het Amerikaanse publiek werd gepeeld. Net als in Hyde Park werd The Who door een blazerssectie een koortje, percussie, gaststerren en een groot videoscherm bijgestaan. Maandag 6 januari 1996 maakte het Delfts impresariaat Mojo Concerts bekend dat er een Europese Who-toer op stapel stond waarbij ons land zeker niet zou worden overgeslagen. Het concert maakte deel uit van een Europese tour en zou op zondag 11 mei 1997 plaatsvinden. De voorverkoop begon op zaterdag 11 januari van dat jaar.

Ondanks de lange periode die tussen de kaartverkoop en het concert zat, waren de kaarten pas vlak voor het optreden uitverkocht. Het enthousiasme was beduidend minder dan bij voorgaande optredens in ons land, iets wat waarschijnlijk te wijten was aan een gebrek aan vertrouwen in de band en een langdurige afwezigheid in de Nederlandse muziekpers.

Toch waren er genoeg mensen die de band wilden zien spelen en velen daarvan hadden The Who nooit in eigen land kunnen aanschouwen.

Degene die een paar vermoeide bejaarden verwachtte te zien, werd snel uit de droom geholpen. Nadat Roger Daltrey op 11 mei 1997 rond half acht ‘s avonds de zin “Can you see the real me, can you?, Can you?” in het Rotterdamse Ahoy’ gezongen had, bleek al snel dat de beste live-groep allertijden nog springlevend was. In het dagblad Trouw liet recensent Stan Rijven duidelijk weten dat hij van dat laatste heilig overtuigd was:

Stan Rijven

Trouw

De getaande Townshend (51) speelde frenetieker gitaar dan ooit, zijn zang klonk fel en actueel. Leadvocalist Roger Daltrey (53) – nu ogend als een engel met kraaienpootjes, haalde alle noten met gemak. En de spreekwoordelijk onzichtbare bassist John Entwhistle [Entwistle] (52) bewees in een enkele solo tot de besten ter wereld te horen.

Bovendien hing er boven deze comeback het sluimerend aura van ‘De grootste liveband ter wereld’. Want niet de Rolling Stones maar The Who onderkenden vanaf 1963 als eersten de verholen kracht van een rock live-optreden.

Roger in goede vorm (foto: Henk Hulstkamp)

In bijna alle recensies was te lezen dat Roger er bijzonder goed uitzag voor zijn leeftijd. Zijn stem was ook nog niet vergaan en het microfoonslingeren leek hij geperfectioneerd te hebben aangezien de trucjes steeds ingewikkelder werden. Bovendien haalde hij met gemak elke toon. Pete’s aandeel in de vocalen, dat aanzienlijk groter was dan op de LP uit 1973, was opvallend goed. De hoogtepunten daarvan waren ‘I’m One’ en ‘Drowned’ waarbij hij met zijn gitaar een prachtig “solo-optreden” gaf.

Sander Donkers

Parool, 13 mei 1997)

De mooiste momenten waren voor Townshend. In de ballads ‘I’m One’ en ‘Drowned’ klonk hij glashelder en zeer innemend, en zijn subtiele gitaarspel was tot in de kleine hoekjes van de zaal te horen. Toen hij in zijn eerste gitaarsolo heel voorzichtig met zijn arm maaide, ging een rilling van genot door de zaal.

Ook John mocht zijn kunstje laten zien.
In een minutenlange keiharde bassolo liet hij tijdens het nummer 5:15 horen wie nu eigenlijk de beste basspeler van de wereld was. De inzet van gastspelers P.J. Proby, de als een Elvis-imitator uitziende Godfather, en “Ace Face” Ben Waters was evenhoog. Blikvanger was ook Simon Townshend (Pete’s broer) die vol overgave ‘Dirty Jobs’ zong en het merendeel van de gitaarsolo’s speelde, waarbij hij geen smet op de muzikale faam van de familie Townshend achterliet.

Naast het feit dat de leden van de groep een dagje ouder geworden waren, bestond er nog geen wezenlijk verschil met vroeger. In de jaren 70 mislukte het om ‘Quadrophenia’ op het podium te brengen, omdat het werken met geluidseffecten onmogelijk bleek. Nu waren er naast de geluidseffecten ook een videoprojectie, toneelstukjes en een uitgedokterde choreografie toegevoegd.

John Entwistle in actie

“All this was done on stage!” sprak Pete na afloop tot het publiek. Hij legde daarbij ook uit dat Roger pas mee wilde doen als hij medezeggenschap in het project had, waardoor Pete en Roger gedwongen werden samen te werken. Deze samenwerking resulteerde ditmaal niet in ruzie maar in een goed geoliede show die naar ieders tevredenheid werkte. Om de show staande te houden moest er “afgemeten” worden gespeeld.

Robert Haagsma

Algemeen Dagblad 13 mei 1997

De manier waarop The Who dit vertaalde naar beeld en geluid overtuigde op alle fronten. De band, uitgebreid met een blazerssectie, zorgde voor prachtig klinkende uitvoeringen van The Real Me, 5:15 en Love Reign O’er me, de hoekstenen van het epos. De op een groot beeldscherm geprojecteerde beelden sloten naadloos aan op de muziek, waarbij hoofdpersoon Jimmy verbindende teksten sprak. Diverse gastzangers, onder wie coryfee uit de jaren 60 P.J. Proby, completeerden het spektakel.

De band werd met blazers, percussionisten en toetsenisten aangevuld en dat maakte het geluid bijzonder krachtig. De ruggengraat van het geheel vormde de drums, en de groep mocht in zijn handjes knijpen dat ze Zak Starkey daarachter hadden zitten.

Robert Haagsma

Algemeen Dagblad,
13 mei 1997)

Zak Starkey, zoon van Beatle Ringo Starr, had de ondankbare taak in de voetsporen van de legendarische, in 1978 overleden drummer Keith Moon te treden, maar hij volbracht die taak met verve.

P.J. Proby was the Bellboy (foto: Henk Hulstkamp)

Na ‘Quadrophenia’ voltooid te hebben, verliet de groep het podium om na een hartstochtelijk “we want more” van het publiek, voor een paar Golden Oldies terug te keren. Roger en Pete begonnen met een akoestische versie van ‘Won’t Get Fooled Again’ en het was duidelijk te zien dat de twee er plezier in hadden. Daarna voegde ook John zich bij hen op het podium om ze bij ‘Behind Blue Eyes’ bij te staan. Het publiek kreeg ook een vleugje ‘PinbalI Wizard’ te horen. De band raakte nu echt op dreef en stortte zich na ‘Substitute’ op het oude nummer ‘Can’t Explain’. Pete kreeg ondertussen een van zijn “adrenaline-rushes” en begon hevig te molenwieken. Het publiek raakte in extase maar er was nog meer…

Bij het slotnummer ‘Who Are You’, dat op geheel nieuwe wijze door Roger op gitaar werd begonnen, gooide hij zijn gitaar in de lucht, schudde hem door elkaar, tikte hem op de grond, sloeg hem op z’n knie en dreigde hem zelf op de grond te beuken. Hij kwam echter tijdig bij zinnen zodat de gitaar gespaard bleef.

Natuurlijk was Pete niet echt van plan om de gitaar te slopen (toch?), maar zijn manoeuvres, maakten een even grote indruk. Het publiek was in de zevende hemel en Pete, Roger en John raakten daar zichtbaar door ontroerd. Vol emoties vielen ze elkaar in de armen en bedankten het publiek.

John Oomkes

Amersfoortse Courant 12 mei 1997

Het heeft vooral iets ontroerends. Vijftigers als Pete Townshend, Roger Daltrey en John Entwistie, het daverend slotapplaus – ze ogen wonderlijk blij en verbaasd, als kinderen die naar de eerste communie gaan. Die grijze, kale, buikige overlevers van bijna vijfendertig jaren The Who knuffelen elkaar in het volle spotlicht. Grijs, doof, rijk, maar godzijdank niet overbodig geworden.

The Who neemt de ovatie in ontvangst (foto: Henk Hulstkamp)