Popgala

Terwijl Pete Townshend achter de schermen hard aan ‘Quadrophenia’ werkte en voor de terugkeer van de aan heroïne verslaafde Eric Clapton zorgde, was het begin 1973 een beetje stil op het Who-front. Dit resulteerde in een aantal soloprojecten. Keith Moon kreeg een eigen vierdelig radioprogramma op Radio 1 van de BBC en speelde Uncle Ernie bij een uitvoering van Lou Reizner die een wereldtoer maakte. John Entwistle zijn derde soloalbum ‘Rigor Mortis Sets In’ kwam uit en Roger Daltrey bracht zijn eerste solo album ‘Daltrey’ uit, waarvan een single werd getrokken die op de zesde plaats in de Nederlandse hitlijsten terechtkwam.

Behalve een aantal korte TV-optredens kwam The Who niet op het podium. Met uitzondering van een concert dat in een sporthal in Voorburg plaatshad.

Om van het oubollige karakter van het Grand Gala du Disque af te komen, besloot de CCGC, de organisatie die dat evenement op poten zette, een popfestival met een meer “gewaagde” bezetting te organiseren. Met dit festival wilde men een zo groot mogelijk publiek met een zo gevarieerd mogelijk aanbod van popmuziek confronteren. Het idee kwam onder de naam “Popgala” van de grond en, hoewel er maar 3000 toeschouwers in de als concertzaal gebruikte sporthal “De Vliegermolen” pasten, wist organisator Wim Bosman toch nog een groot publiek te vergaren aangezien het festival op radio en televisie werd uitgezonden.

De opbouw van het decor

In de Vliegermolen werden twee podia gebouwd. Op het ene werd gebruik gemaakt van de geluidsinstallaties van Slade en de Faces en op het andere speelden alle artiesten op de apparatuur van The Who.

De presentatie van het programma zou in de eerste instantie door Ringo Starr gedaan worden, maar omdat hij een te grote gage vroeg nam Joost den Draaijer deze taak voor zijn rekening. Vele grote namen waren hiervoor gevraagd en The Who behoorde tot de toppers.

Om de sfeer voor alle artiesten zo aangenaam mogelijk te maken, zorgde organisator Wim Bosman ervoor dat ze van alle gemakken werden voorzien.

Thom Olink

Haagsche Courant 12 maart 1973

…, voor de musici knutselde men een passende ruimte ineen. Met namaakpalmen, luie stoelen, ruim voorradige drank en flipperkasten (het flipperen is een rite onder popmusici; ‘Tommy’ van de Who was een pinball-wizard).

Pete tijdens een molenwiek

Qua drank had The Who een vreemde eis gesteld. Ze vroegen om 20 á 25 flessen whisky waarbij het niet uitmaakte van welk, zolang het maar in vierkante flessen zat. Regisseur Egbert van Hees kwam er later achter, toen hij na het optreden hun kleedkamer betrad, wat de reden hiervoor geweest moest zijn:

Egbert van Hees

Ze lagen heel lui in die crapeuax die ze hadden besteld met hun voeten op rijen flessen whisky, gewoon heel decadent

Een groot deel van de ruim voorradige drank zal in de lichamen van de bandleden van The Who verdwenen zijn omdat, volgens recensent Thom Olink, hun show er aardig onder te lijden had.

Thom Olink

Haagsche Courant 12 maart 1973

De ruim drie uur durende televisie-uitzending van aanstaande vrijdag zal ongetwijfeld het beste weergeven van wat er een week eerder in de vliegermolen te horen was. Daarom heeft het ook weinig zin alle avonturen te beschrijven. Ik neem aan dat van de Who-toegift bijvoorbeeld weinig zal overblijven. Daltrey, Moon, Entwistle en Townshend waren al te ver weg, onder invloed van drank om de koppositie waar te kunnen maken.

Of Willem-Jan Martin van het dagblad Trouw er hetzelfde over dacht is niet te zeggen, omdat hij het in zijn verslag van het festival The Who geen enkele keer noemt. Het kan zijn dat hij het concert gemist heeft, maar de  mogelijkheid bestaat ook dat hij het optreden negeerde om zijn goede gevoel over het festival niet te verzieken, daar hij zich naar eigen zeggen “best had vermaakt”.

John Entwistle… Standvastig als altijd

Leo Blokhuis, die in 2011 een documentaire over het de uitzending en organisatie van Popgala maakte, vertelde dat deze tapes drie weken na de uitzending werden gewist. Toch is de registratie via diverse kopieën bijvoorbeeld in de vorm van bootlegs en zelfs YouTube te zien. De nummers die niet uitgezonden zijn, zijn overigens wel bewaard gebleven aangezien er nog een mastertape met restmateriaal bestaat.

Roger Daltrey geconcentreerd

We hoeven maar een gedeelte te aanschouwen van de TV-registratie die de Vara onder Regie van Egbert van Hees maakte, om tot de conclusie te komen dat vooral Pete stomdronken was en zelfs moeite had om redelijk op zijn benen te staan.

Bij de opkomst van de band schreeuwde Townshend “Ik blijf maar denken dat het donderdag is”.
Kort daarna zei hij: “Ik doe alsof ik iemand uit het publiek ben”, tegen de toeschouwers die naar zijn mening te kil overkwamen. Pinball Wizard, het nummer waarmee The Who van start ging, werd door hem zonder de langzame intro ingezet en hakte er lekker in. Roger was heel actief en goed bij stem. Keith was de maniak op drums die we gewend waren en John liet de sporthal vervaarlijk op zijn grondvesten trillen. Alleen Pete leek een stuk minder explosief dan verwacht. De “adrenaline rush” die hem gewoonlijk op het podium in bezit nam bleek er nog niet te zijn.

Tijdens de intro van Baba O’Riley, het tweede nummer, hoor je Pete zijn gitaar stemmen, Aan het begin van het nummer leek dat redelijk gelukt maar al gauw was de gitaar weer ontstemd, hetgeen een grote smet op de sound van de band was. Waarschijnlijk was Townshend zich hiervan pijnlijk bewust aangezien we hem tijdens het nummer aanwijzingen zien geven aan Bob Pridden.

Keith Moon kijkt geconcentreerd (of bedenkelijk) naar Pete Townshend

Rogers harmonicasolo aan het einde begon niet lekker en klonk vreemd, omdat er een enorme echo aan werd toegevoegd.

Pete’s valse gitaar bleef hem parten spelen en tijdens ‘Summertime Blues’ stopte hij met spelen om met zijn oor tegen de speakers opnieuw die gitaar te stemmen. Dat lukte en toen hij het nummer voortzette, leek alles weer in orde, maar Pete kon uiteindelijk geen solo spelen en loste dat op door alleen de akkoorden te spelen.  De ellende met de ontstemde gitaar bleef ook tijdens ‘Won’t Get Fooled Again’ doorgaan . Pete, die nog steeds signalen naar iemand tussen de coulissen stuurde, probeerde tevergeefs de show te redden door op zijn gebruikelijke manier over het podium te stuiteren. Een vette solo zat er niet meer in.

Als ‘My Generation’ daarna volgt, klinkt de valse gitaar opeens een stuk beter. Het is een van de weinige nummers van de opname die redelijk goed blijft klinken. Dat heeft erin geresulteerd dat het nummer op de compilatievideo ‘30 Years Of R ’n B’ terechtkwam. Qua energie spat het nummer niet van het scherm maar het kan ermee door.

The Who – My Generation live in de Vliegermolen

Toen tijdens See Me, Feel Me felle spots op het publiek gericht werden, werd gauw duidelijk dat het Nederlandse publiek om begrijpelijke redenen niet warmgelopen was voor het concert. (Hetzelfde gold overigens voor Pete Townshend die bij het begin van het nummer niet eens de moeite nam om zijn vocale gedeelte te zingen.) Ook Rogers gefrustreerde uitroep “Kom van die luie reet!” leek het publiek op enkele individuen na op geen enkele manier te raken. De zang van Daltrey op dit nummer was geweldig, evenals Keiths manische drummen. Johns basspel was zoals altijd uitstekend en rotsvast. Het was alleen jammer dat Pete een gitaarsolo begon die uitermate vals klonk en uiteindelijk nergens op uitliep.

Egbert van Hees

Dat was het laatste dat van het gala opgenomen werd. Dus de laatste act. Daarna kwam er niks meer en het publiek pikte dat niet en ging slopen, dingen van de muur aftrekken en ladders gooien en zo, dus ik zei tegen de productie en tegen Harry: “ze moeten terugkomen, al is het maar vijf minuten, om een toegift te geven. Anders wordt het gevaarlijk want er gaan mensen gewond raken en zo.

The Who kwam terug en Roger gaf met een prima harmonicasalvo een hele lange versie van ‘Magic Bus’ weg. Waarschijnlijk deed hij dit omdat er weinig aan het nummer fout kon gaan. Pete wist zich met zijn akelige witte gitaar te redden en zette zelfs enkele solo’s in, maar na bijna elf minuten deed hij iets wat hij veel eerder had moeten doen. Hij wisselde zijn gitaar in voor een andere. Het geluid verbeterde hierdoor aanzienlijk en Pete had nu weer tijd voor sprongen, molenwieken en knievallen.

Ondanks Pete’s ongemakken met zijn gitaar bleef The Who in de pers overeind.

Elly de Waard, een verslaggeefster die tijdens het concert deel uitmaakte van het publiek, heeft het allemaal iets positiever ervaren. De kop van haar verslag luidde zelfs:

“THE WHO EN THE FACES SCHITTEREN OP GALA”.