Club 192

Na het optreden in 1965 had impresario Jaques Senf zonder succes al meerdere pogingen gewaagd om The Who naar Nederland te krijgen. Ben Essink, een Nederlands impresario, was het gelukt om in het bezit te komen van een contract voor een paar optredens in mei, maar omdat de band hiervoor geen geldige werkvergunning kon krijgen ging dat niet door. Freddy Haayen, de platenproducer die al zeer vroeg een affiniteit met de band had, kreeg het uiteindelijk wel voor elkaar om de groep op 12 oktober 1966 voor een gage van 7.000 gulden een concert te laten geven. 
Er was eerst 10.000 gulden beloofd omdat Haayen ervan overtuigd was dat het optreden een grote opkomst kon verwachten.

Leo van der Velde

Citaat uit het boek “Fuiven en Kuiven

“Waarbij ik [Freddy Haayen] dacht dat ik er zelf ook nog tien in m’n tas
zou houden.”

”Dat viel tegen”, merkte hij al meteen bij aankomst; voor de deur
stonden opvallend weinig fietsen. “Iedereen is zeker met de tram gekomen”, zei
ik om mezelf moed in

The Who had er zin in.
Ze landden dezelfde dag in een opgetogen stemming op het Rotterdamse vliegveld Zestienhoven, waar de pers en een aantal vrouwelijke fans stonden te wachten:

Kink

22 oktober 1966

In het vliegveldrestaurant zitten twee Haagse meisjes op de Who te wachten. Marja van der Meer (17) die verklaart met alle vier bevriend te zijn en trots foto’s laat zien die dat moeten bevestigen en haar vriendin, een 18-jarige telefoniste. die zegt zeer intieme relaties met Roger te onderhouden en daarom wenst dat haar naam verzwegen wordt. Roger rent later inderdaad gezwind met haar de lift van het Scheveningse Europahotel in en is ‘s avonds maar niet beneden te krijgen tot paniek van de Telegraaf die het viertal perse glazen heffend rond een tafeltje wil fotograferen. Polydors Fred Haayen raakt steeds meer ontstemd en Who-manager Kit Lambert tracht de zaak met dubbele whisky’s te sussen.

John Entwistle

Toen Roger Daltrey uiteindelijk naar beneden kwam, maakte The Who, die zojuist een (geplaybackte) clip van I’m A Boy in de Amsterdamse Bellevue Studio hadden opgenomen, aan de pers duidelijk dat ze die avond van plan waren om als een orkaan over het podium te razen. Een sloopfeest zou daarbij zeker niet van de lucht zijn, verzekerden ze.

Roger

Algemeen Dagblad

We zijn geen vrienden van elkaar. We werken samen en treden samen op.
In mijn vrije tijd wil ik geen ander lid van The Who zien. Niet dat we vijanden zijn van elkaar, maar we zijn alle vier zo verschillend dat we niet bij elkaar passen.

Pete benadrukte dat het concert zeer hevig zou worden: 

Pete

Algemeen Dagblad

“Het publiek wil sensatie beleven. Met de muziek brengen we ze in de stemming en om ze bij het slot een totale kick te geven, zal ik ze laten zien wat je nog meer met een gitaar kunt doen. Ik sla hem helemaal stuk. Het is een stunt die wij brengen als we ervoor in de stemming zijn en we hebben vanavond veel zin.”

Roger en Keith Moon

John Entwistle liet aan Hans Born, verslaggever van Kink, weten waarom de sloop-act nog steeds werd gehandhaafd:

John

Kink, 22 oktober 1966

Het Publiek wil het en soms vindt Pete het zelf lollig. Vooral in het buitenland doen we het nog veel. In Zweden hadden we er enorm succes mee. Kijk, om die jonge grietjes gek te maken, daar is geen kunst aan, maar daar in Zweden werden zelfs de jongens hysterisch. Geloof me, ze hebben daar een houten gebouw compleet afgebroken. Het podium stond op schragen. Toen we onze act hadden gemaakt — en zelfs ik had toen zin om iets te vernielen, hebben ze de balken van het podium genomen en er dwars mee door dubbele wanden van het gebouw geramd.

Het concert vond plaats in Club 192, een in 1965 door Jacques Senf opgezette gelegenheid, die voorheen fungeerde als soort van ‘bierstube’ (Ober Bayern) in het Casino te Scheveningen en het “beatpaleis” van Nederland werd genoemd. De vele tieners die in het gelukkige bezit van een kaartje waren, wachtten die dinsdagavond gespannen op de beloofde chaos en vernielzucht. Als we een recensie van het concert in de Haagsche Courant mogen geloven was dat het enige waar deze “tieners” op zaten te wachten.

Haagsche Courant

13 oktober 1966)

Om het publiek “lekker te maken” stond alle apparatuur aan het begin van de avond al klaar en uiteraard moesten de gapende wonden in de luidsprekerkasten de aandacht trekken.
Dat gebeurde en iedereen hoopte en verwachtte dat The Who ook hier op de veelbesproken wijze te werk zou gaan. Dat verlangen was duidelijk van de gezichten van de tieners af te lezen, toen het viertal onder gejuich het podium opkwam. Nummer na nummer werd via de machtige versterkers de zaal in geslingerd. Ondanks het buitensporige volume waren de muzikale prestaties van een goed gehalte. Maar dat interesseerde de tieners eigenlijk nauwelijks. Zij lieten van hun enthousiasme weinig blijken. Zij wachtten af of “het” zou gebeuren.

Roger Daltrey

Het publiek reageerde lauw, maar het enthousiasme van de band raakte daardoor niet verslapt.
Zelfs niet toen tijdens Substitute een van de luidsprekerboxen uitviel waardoor de stem van Pete Townshend ineens de boventoon voerde, iets dat volgens Hans Born aan een ‘kleuteruitzending’ deed denken. Born prees de lead-zang van Entwistle, die waarschijnlijk ‘Boris The Spider’ heeft gezongen, maar noemde het Haagse publiek verwend omdat ze niet opgewonden werden van de verrichtingen van de groep die volgens hem op enkele tonen na goed klonken.
Ook Who-manager Kit Lambert merkte de kilte van het publiek op en hij begon zich daar grenzeloos aan te ergeren. Omdat er aan de apathie van dit publiek geen einde leek te komen dreigde hij zelfs om de boel plat te gooien.

Dat was een dreigement, duidelijke taal dus voor Senf en organisator Haayen. Zij begrepen dat de manager bepaald ontevreden was over het rustige publiek. Tenslotte besloten zij enkele lichten te doven. Het resultaat was nihil. De tieners bleven rustig. Het was duidelijk dat The Who “af” zou gaan als er niets zou gebeuren. Het publiek wilde een “stunt” zien, de muziek was bijzaak.
Voor The Who zat er dus niets anders op dan te doen wat verlangd werd.
Pete en John ramden met hun (inmiddels door andere vervangen) gitaren de luidsprekerboxen, die stuk voor stuk door kortsluiting onklaar raakten. Townshend sloeg zijn instrument aan gruzelementen, terwijl Keith Moon zijn instrument omver schopte.

Haagsche Courant

13 oktober 1966)

Hij [Lambert] had er geen vrede mee.
Hij wilde alle lichten laten doven, doch daarvoor voelde eigenaar Jacques Senf van Club 192 niets. De manager wond zich op. “Alle lichten uit”, riep hij, “dan hoeven jullie niets te betalen en dan neem ik de reiskosten ook nog voor mijn rekening”.
Senf wilde er niet op ingaan. De manager wond zich nog meer op: ”als de lichten niet uitgaan, verbreek ik het contract en haal ik de jongens van het podium weg.”

Opmerkelijk is dat te lezen valt dat John, de aanvankelijk rustige bassist, ook aan de slooppartij meedeed. In het verslag dat Hans Born voor het weekblad Kink schreef staat het destructieve einde enigszins anders beschreven:

Dan plotseling, tijdens het finalenummer ‘My Generation’, doet Pete zijn Rickenbacker-gitaar af en drijft de hals op het ritme van Rogers gestotter in zijn versterker om het apparaat vervolgens op het podium aan diggelen te slaan. De spaanders vliegen in het rond, de vellen hangen erbij, maar Pete kijkt nog steeds even lijzig. John Entwistle ziet verveeld toe terwijl Roger nog gauw even door een trommel heen trapt en Keith z’n bekkens omdondert.

Het publiek vond het fantastisch en transformeerde van een groep standbeelden tot een grote uitzinnige, juichende en kolkende massa die zich vlak na het concert op het podium stortte om souvenirs in de vorm van gitaarsplinters of iets dergelijks te vinden. Ondanks dat de Telegraaf vermeldde dat een meisje erin geslaagd was om een splinter van een gitaar te bemachtigen, was er zo goed als niets te vinden.

Kink

22 oktober 1966)

De oplettende Golden Earring George staat breed te grijnzen want hij heeft gezien hoe de roadmanager geroutineerd en onopvallend de stukken bij elkaar heeft geveegd en ze in een plastic zak heeft opgeborgen.

Pete Townshend

Om de kosten te beperken had Pete voor het slopen zijn dure Rickenbacker voor een goedkoper exemplaar verwisseld, maar er waren nog meer voorbereidingen getroffen.

Kink

22 oktober 1966

Oplettende snaken rond het podium beweren dat de ‘vellen’ die aan Pete’s gitaar hangen door middel van scharniertjes weer dichtgeklapt kunnen worden en dat de versterker zo gebouwd is dat de ‘edele delen” niet gekwetst kunnen worden. Bij nadere bestudering blijkt dat inderdaad alleen maar het doek is gescheurd.
John liet weten dat hun manier van slopen hooguit 15 pond kostte, hetgeen op de gage van 5.000 gulden maar een klein bedrag was. Na hun optreden ging de groep stappen in Den Haag, maar omdat daar weinig te beleven was, zijn ze richting Amsterdam gegaan waar ze het uitgaansleven even saai vonden.

Om 05.00 uur ‘s morgens arriveerden ze weer in het Europa Hotel waar ze, tot grote ergernis van hotelmanager Verhoeven tot 5.30 uur door een aantal vrouwelijke fans belegerd werden.

Verhoeven

Citaat uit Kink, 22 oktober 1966

Tot vanmorgen half zes zijn we bezig geweest meisjes van de kamers van die beatgroep te verwijderen. Die kinderen renden hier gewoon de trappen op. Eerst stonden ze buiten de namen van die jongens te roepen en als dan een van de Who z’n hoofd voor het raam liet zien begonnen ze hysterisch te gillen. Die jongens zijn ook niet van beton en die lieten die kinderen binnen. Nou ja dat kunnen wij niet hebben. Twee politiemannen zijn de hele nacht in de weer geweest. M’n andere gasten konden niet in slaap komen. Wij nemen geen beatgroepen meer. Met die Kinks hadden we al moeilijkheden en dit doet de deur dicht.