By Numbers

Onder de naam “The Greatest Rock And Roll Band In The World” startte The Who op 3 november een intensieve Europese tour. De grootste reden hiervoor was om de financiële zaken weer op orde te krijgen en niet zozeer om de titel van de tour te bevestigen.

In maart kwam de verfilming van ‘Tommy’ met Roger Daltrey in de hoofdrol en Ken Russel aan het roer. Dit werd een groot succes. Pete Townshend die het meerendeel van de liedjes van The Who schreef had een zware periode achter de rug die duidelijk gereflecteerd werd in het album ‘The Who by Numbers’ dat begin oktober uitkwam. Met uitzondering van de olijke nummers ‘Squeeze Box’ en ‘Blue Red and Grey’, die dan ook metershoog boven de rest uitsteken, stort Pete een grote bak ellende over zijn luisteraars uit.

Pete

Het was een effectieve plaat met betrekking tot het weergeven van wat er rond die tijd in mijn hoofd rondspookte. Ik denk dat het tot op zekere hoogte ook iets was wat er rond die tijd met de band gebeurde.

Roger slingert zijn microfoon (foto: Henk Hulstkamp)

Bill Curbishley die rond die tijd toch al het meeste regelde, had na een rechtszaak wegens mismanagement, die The Who op aandringen van Roger tegen Lambert & Stamp had aangespannen, het management van de band overgenomen. Kit Lambert, ooit de muze van de creatieve ontwikkelingen van Pete was nu meer bezig met zichzelf en zijn drugsverslavingen.

Als resultaat werd “The Who by Numbers’ (in Europa) onder de naam van Polydor uitgebracht. The Who had een uitstekende en winstgevende deal binnengesleept, maar aangezien Lambert & Stamp als respons op de rechtszaak alle royalties van de band had bevroren, stond de band er financieel iets minder goed voor dan ze gehoopt had.

Na een aantal concerten in eigen land begon The Who aan een Europese tour die op 6 oktober van start ging en de situatie aanzienlijk zou kunnen helpen. Op 27 oktober landde de groep om vijf uur op vliegveld Zestienhoven, waarna ze in grote limousines direct naar het hotel reden om even tot rust te komen, voordat de show van start zou gaan.

De zaal raakte uitverkocht, maar het ging niet zo snel als de voorgaande keren, waar bijna elk concert al weken van tevoren uitverkocht was. Na een voorprogramma van The Steve Gibbons Band betraden de vier muzikale veteranen het podium en begonnen met een concert dat, in tegenstelling tot de voorgaande bezoeken aan Nederland, niet als subliem werd beschouwd.

Er werd geopend met Substitute, gevolgd door ‘I Can’t Explain’, een nummer dat al tien jaar live gespeeld werd. Daarna volgde Squeeze Box, een nummer van ‘The Who By Numbers’. Na ‘Baba O’Riley’ en ‘Behind Blue Eyes’ werden nog twee nummers van dat album gespeeld, namelijk ‘Dreaming from The Waist’ en ‘However Much I Booze’, een nummer dat The Who maar zelden live ten gehore heeft gebracht. Townshend kondigde het nummer als volgt aan: “This song I wrote The day I gave up The day I gave up alcohol”.  “Keith, as you can see, didn’t join me”, voegde hij er nog aan toe en dat klopte wel aangezien Keith, die in zijn witte overall veel weg had van een pompbediende, stomdronken was. Dit was vooral te merken toen hij met een dubbele tong een mengeling van een dronkenmans Frans, Engels en Duits ‘Behind Blue Eyes’ aankondigde waarbij hij liet weten dat hij niet zou meespelen en achter z’n drums wegliep.

Er zullen ongetwijfeld mensen in het publiek geweest zijn die even dachten dat hij het serieus meende, je weet het immers nooit zeker bij een band als The Who, maar gelukkig was het een grapje en keerde Keith snel weer terug.

The Who, 1975 Ahoy – However much I booze

Pete Townshend en Keith Moon in goede stemming (foto: Henk Hulstkamp)

Buiten Keith’s spraakkunst had ook zijn drumkunst er onder te lijden want volgens Jim van Alphen (Parool) sloeg hij af en toe lelijk uit de maat. Hij was echter niet de enige die kritiek te verduren kreeg. Ook Roger kreeg zijn deel. Hij was niet dronken maar werd wel meerdere keren op het zingen van een valse noot betrapt.

Volgens Peter Koops (NRC) waren het meestal de hoge noten die hij niet helemaal redde. Ondanks dit soort muzikale steekjes die ze hier en daar lieten vallen wist de groep met hun show de boel toch nog op te vijzelen.

Peter Koops

NRC, 28 oktober 1975

Zanger Roger Daltrey weet nog steeds ver en roekeloos met zijn microfoon boven het podium te zwaaien. Bassist John Entwistle, was onvermoeibaar als vanouds en drummer Keith Moon speelde weer de clowneske Dirty old man. Gitarist Pete Townshend kan door zijn flitsende schaarbewegingen met de benen, het halfomvallend spelen en de spectaculaire knievallen rustig worden omschreven als de Johan Cruijff onder de popgitaristen.

Na ‘Boris The Spider’ werd een sterk verkapte versie van ‘Tommy’ gespeeld. Nu de Tommy-film in première was gegaan en het enthousiasme voor het stuk opnieuw was opgelaaid, werd ook op het podium weer aandacht geschonken aan de doofstomme en blinde jongen. De groep speelde daarom bij hun concerten van ‘75 en ‘76 weer een Tommy-blok in hun shows. Zo’n blok bestond in die tijd meestal uit de volgende nummers: ‘Amazing Journey’, ‘Sparks’, ‘Acid Queen’, ‘Fiddle About’, ‘Pinball Wizard’, ‘I’m Free’, ‘Tommy’s Holiday Camp’, ‘We’re not Gonna Take It’ en ‘See Me, Feel Me’. De nummers brachten de smaak van de optredens van ‘69 en ‘70 terug maar volgens Jim van Alphen miste er toch iets in vergelijking met die shows:

John met zijn bidons met een met Whiskey en een met vruchtensap (foto: Henk Hulstkamp)

Jim van Alphen

Parool, 28 oktober 1975

Ondanks het uiterlijk vertoon (schaarsprongen!) mist de hele show die vroegere magie. Zelfs toen The Who met songs als Summertime Blues, ‘My Generation’ en Won’t get Fooled Again wel degelijk naar een climax toewerkte.

Direct na hun optreden haastte de groep zich naar vliegveld Zestienhoven waar ze voor twaalf uur weer in hun vliegtuig moesten stappen om richting Wenen te vliegen, alwaar ze de volgende dag het tweede concert van hun Europese tour speelden.